

Een inspanningstest geeft een momentopname van je huidige conditie bij elke hartslag.
De test is sterk sportspecifiek: voor elke discipline wordt er een aangepaste test uitgevoerd die aansluit bij de specifieke eisen van die sport.

De laatste jaren trainen steeds meer sporters met een hartslagmeter, maar zonder correcte hartslagzones weet je eigenlijk niet wat je met die data moet doen. Daardoor kan je je toestel ook niet optimaal benutten. Zonder inzicht in je hartslagzones is het bovendien moeilijk om gericht te trainen en de juiste trainingsintensiteit te bepalen.
Een lactaattest is daarom erg waardevol om je training te optimaliseren en je rendement te verbeteren, en tegelijk overtraining te voorkomen. Na de test worden je hartslagzones exact bepaald en krijg je gericht advies om je trainingsaanpak verder te verfijnen.
Je legt een vooraf bepaalde afstand af aan een hartslag die aansluit bij jouw niveau en sportdiscipline. Na elke afgelegde ronde geef je je tijd en gevoel door en prikt Jeroen in een vingertop voor een druppel bloed.
Daarna vertrek je opnieuw voor dezelfde afstand, maar telkens aan ongeveer 10 hartslagen hoger. Dit proces wordt herhaald totdat zowel je aerobe en anaerobe drempel als je maximale inspanningsniveau in kaart zijn gebracht.
Daarna vertrek je opnieuw voor dezelfde afstand, maar telkens aan ongeveer 10 hartslagen hoger. Dit proces wordt herhaald totdat zowel je aerobe en anaerobe drempel als je maximale inspanningsniveau in kaart zijn gebracht.


De test wordt binnen uitgevoerd op een Tacx Flux Smart 2, die vermogens tot 2.000 watt registreert. De test bestaat uit verschillende blokken van 3.000 tot 5.000 meter, afgestemd op jouw niveau.
We starten aan een vooraf bepaalde hartslag en verhogen deze na elk blok met 10 slagen per minuut. Na elk blok wordt het lactaat gemeten.
Door de intensiteit stapsgewijs op te bouwen, brengen we de reactie van je lichaam nauwkeurig in beeld. Op basis van de resultaten bepalen we je aerobe en anaerobe drempel en maximale waarde. Deze gegevens vormen de basis voor persoonlijke trainingszones en gerichte trainingen.


€ 120
Inclusief analyseverslag, gesprek en
trainingsadvies voor lopen/fietsen/skeeleren
Lopen/skeeleren: de test wordt uitgevoerd op locatie.
Kom in je sportkleren en breng drinken mee.
Fietsen: de test wordt uitgevoerd in onze Gymhouse.
Breng je eigen fiets mee. De fiets wordt op onze Tacx Flux Smart 2 geplaatst voor de test.
Het lichaam haalt energie uit brandstoffen die via de voeding worden aangevoerd, voornamelijk koolhydraten en vetten, aangevuld met een kleine hoeveelheid eiwitten. Met behulp van zuurstof worden deze brandstoffen omgezet in energie, die nodig is om de spieren te laten werken.
De zuurstof komt via de longen in het lichaam terecht, wordt opgenomen in het bloed en vervolgens door het hart naar de actieve spieren vervoerd. Naarmate de inspanningsintensiteit toeneemt, stijgt ook de energiebehoefte van het lichaam. Hierdoor is er meer zuurstof nodig en worden grotere hoeveelheden koolhydraten en vetten aangesproken als energiebron.
Om aan deze verhoogde vraag te voldoen, gaan zowel de ademhaling als de hartslag omhoog. Zo kan het lichaam meer zuurstof opnemen en transporteren, waardoor meer brandstoffen kunnen worden verbrand en er meer energie beschikbaar komt voor de spieren.
Het aerobe energiesysteem beschikt over een grote capaciteit dankzij de ruime voorraden koolhydraten en vooral vetten die in het lichaam zijn opgeslagen. Zolang er voldoende zuurstof beschikbaar is, ontstaat er slechts een beperkte hoeveelheid lactaat als afvalproduct. Hierdoor kan deze vorm van energieproductie gedurende lange tijd worden volgehouden.
Wanneer de aanmaak van lactaat in evenwicht blijft met de afbraak en recyclage ervan, kunnen de spieren efficiënt blijven functioneren en kan een inspanning langdurig worden aangehouden.
Bij zeer hoge inspanningsintensiteiten heeft het lichaam zoveel energie nodig dat het aerobe energiesysteem de vraag niet langer kan volgen. De aanvoer van zuurstof via de ademhaling en de bloedsomloop kan dan onvoldoende snel toenemen om aan de energiebehoefte van de spieren te voldoen.
In dat geval schakelt het lichaam gedeeltelijk over op het anaerobe energiesysteem, waarbij energie wordt geproduceerd zonder gebruik van zuurstof. Dit systeem kan zeer snel energie leveren, maar beschikt slechts over beperkte voorraden.
Het anaerobe energiesysteem bestaat uit twee onderdelen. Het anaeroob alactische systeem gebruikt creatinefosfaat als energiebron en kan gedurende ongeveer 10 seconden zeer hoge inspanningen ondersteunen zonder lactaatvorming. Wanneer de inspanning langer aanhoudt, neemt het anaeroob lactische systeem het over. Hierbij worden koolhydraten afgebroken zonder zuurstof, wat leidt tot de vorming van melkzuur en uiteindelijk lactaat.
De productie van lactaat op zich is niet problematisch. Wanneer de aanmaak echter sneller verloopt dan de afbraak en recyclage ervan, stapelt lactaat zich op in het bloed. Tegelijk neemt de concentratie van waterstofionen (H+) toe, waardoor de spieren verzuren en hun werking geleidelijk afneemt. Op dat moment wordt het steeds moeilijker om dezelfde intensiteit vol te houden en moet de inspanning uiteindelijk worden verminderd of stopgezet.
Het is belangrijk te begrijpen dat het lichaam tijdens langdurige inspanningen niet plots volledig overschakelt van een aeroob naar een anaeroob systeem. Ook bij hoge hartslag- en ademhalingswaarden blijft het aerobe systeem de belangrijkste energiebron. Vermoeidheid ontstaat dan vooral door de opstapeling van lactaat en waterstofionen, niet doordat de verbranding volledig anaeroob wordt.
Het anaerobe systeem speelt vooral een belangrijke rol tijdens korte, explosieve inspanningen of wanneer je tijdens een wedstrijd een eindsprint inzet. Op zulke momenten stijgt de energievraag zeer snel en levert het anaerobe systeem de extra energie die nodig is. Omdat hierbij echter veel lactaat wordt geproduceerd, kan deze inspanning slechts gedurende een beperkte tijd worden volgehouden.
